donderdag 20 juni 2013

Onderzoek naar het brein van de crimineel


Het `nature-nurture´-debat wordt vanouds gebruikt om menselijk gedrag te verklaren. Zo ook binnen de criminologie, de wetenschap die zich bezighoudt met het verklaren van crimineel gedrag. In 2009 heb ik er een stuk over geschreven, deels bestaande uit een literatuurstudie en een omschrijving van de ontwikkelingen op het moment van schrijven. Het onderzoek naar het `criminele brein´ stond destijds redelijk in de kinderschoenen en vergaand onderzoek zal wellicht nooit helemaal doorgevoerd worden. Het vergt de kennis en kunde van professionals en de wil van de betrokkenen (ouders) om onderzoek efficiënt in te kunnen zetten. Dan nog is het de vraag of `voorspellende onderzoeken´ nuttig blijken.

In een van de recentere onderzoeken, opgezet door dr. van Baardewijk, is het de vraag of de neiging tot crimineel gedrag- een van de factoren is een ernstig gebrek aan empathie-  al op zeer jonge leeftijd geconstateerd kan worden.
Het gaat hier om een gevoelig, ethisch vraagstuk: als enige aanwijzingen bestaan dat een kind de neiging heeft tot crimineel gedrag, is het dan wenselijk om vergaand onderzoek toe te passen?

Ethiek
Op het gebied van de ethiek kunnen verschillende afwegingen worden gemaakt. Vooral als het onderzoek onder kinderen betreft. Kanttekeningen bij sociobiologisch onderzoek zijn:
  • De omgevings- en opvoedingsfactoren moeten zeker niet uit het oog worden verloren, wanneer men zich vooral op persoonlijkheidsfactoren gaat richten;
  • Een diagnose is altijd afhankelijk van het oordeel van de psychiater, zodat een kind/jongere misschien onterecht als psychopaat wordt beschouwd;
  • Hersenscans kunnen afwijken aantonen. Een scan is wel een vrij ingrijpend middel, bovendien wordt radiologie toegepast terwijl daar misschien geen noodzaak toe is;
  • Als medicatie en/of een ingreep in de hormoonspiegels toegepast wordt, dan weet men niet of die middelen in de toekomst schade toebrengen;
  • Een selffulfilling prophecy kan zich voordoen: legt men extra de nadruk op criminele activiteiten, dan zullen criminele activiteiten eerder worden opgemerkt en vervolgens worden getypeerd als een uitkomst van de verwachtingen.    
 
Voordelen
Er kleven niet slechts bezwaren of nadelen aan het erkennen van het bestaan van een zogenaamd `gewelddadig brein´. Argumenten die pleiten voor sociobiologisch onderzoek:
  • Volgens theorieën op mesoniveau wordt het milieu waarin een persoon opgroeit wordt vaak als verklaring gezien voor crimineel gedrag. Soms valt er echter geen verklaring te geven vanuit de leefomgeving van iemand die crimineel gedrag vertoont. In plaats van ouders en omgeving de schuld te geven, kan men zich beter richten op de ´criminele´ persoon zelf;
  • Als men weet dat de oorzaak voor crimineel gedrag binnen een persoon zelf ligt, dan kan er ook beter naar een juiste oplossing gezocht worden (bijv. medicatie als een psychische stoornis de oorzaak is); 
  • Sociobiologisch onderzoek is belangrijk voor de strafrechtelijke gevolgen voor de criminele persoon. Een psychisch gestoorde delinquent die niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor zijn daden, moet niet slechts een straf opgelegd krijgen, maar een (aanvullende) maatregel zoals Terbeschikkingstelling. Zouden ontoerekeningsvatbare delinquenten namelijk straf krijgen, dan komen ze zonder behandeling na hun straf op straat te staan en is de kans groot dat ze weer een ernstig delict begaan vanuit hun stoornis.
 
Het doel van onderzoek naar neurologische processen is bekend: met hersenscans kan men het verschil aantonen tussen echte empathie (gebaseerd op emoties) of aangeleerde empathie.
Als het doel van hersenonderzoek duidelijk is, blijft de vraag wat het nut van onderzoek is. In de eerste plaats zijn onderzoekers altijd nieuwsgierig. Nog zonder dat er oplossingen aangedragen worden, gaat het erom de betrokken processen in het hersengebied te ontdekken. Er is een doorbraak vanaf het moment dat men aan kan tonen dat neuronen in de hersenen verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld empathie. 

Wat is het juiste moment om onderzoek in praktijk te brengen in de strijd tegen misdaad?
Een nieuwere vorm van onderzoek zou baanbrekend zijn, namelijk het toepassen van zelfrapportages op gedetineerde jongeren en kinderen met vermeende psychopathische trekken. In het eerste geval is komt het onderzoek `te laat´; het delict is al begaan voordat men met onderzoek heeft kunnen voorzien dat de persoon in kwestie tot crimineel gedrag geneigd is. Het tweede geval is alleen zinvol als men intensieve begeleiding aan kinderen met neiging tot crimineel gedrag biedt. 

In een ander geval kunnen de belangen van de delinquent en diens advocaat mee gaan wegen. Onderzoek met toekomstperspectief betekent namelijk dat advocaten aan zullen willen laten tonen dat hun cliënten niet toerekeningsvatbaar zijn voor hun delicten. Als het merendeel van de gevangenen een neurologische oorzaak voor `misdadigheid´ heeft, dan zou dat betekenen dat er bijna niet meer te straffen valt. 

Stand van onderzoek
  • Voorspellen van crimineel gedrag is niet of niet geheel mogelijk, maar wel is duidelijk dat jongeren met bepaalde stoornissen een verhoogd risico hebben om de fout in te gaan;
  • Het doel van onderzoek ligt niet slechts bij het voorspellen, maar vooral bij het begeleiden van jongeren; 
  • Sociobiologen benadrukken dat er nooit een enkele factor is die iemand crimineel maakt: er is altijd een samenspel van persoonlijke aanleg, opvoeding en andere externe factoren;
  • De onderzoekers spreken veelbelovend over toekomstig onderzoek, maar over follow-up studies (het langdurig onderzoeken van een studiegroep) wordt niets bekend gemaakt. Hoe een potentiële jonge delinquent het best begeleid kan worden, blijft slechts bij suggesties (`ouders begeleiden´, `leraren zouden opgeleid moeten worden om les te kunnen geven in emotionele vaardigheden´, `medicatie´);
Conclusie: de nieuwe vormen van onderzoek kunnen nooit voorspellen of iemand crimineel wordt. Ze kunnen hoogstens de neurologische/psychiatrische toestand van een persoon vaststellen, waarvan men verwacht dat ze een hoog risico op crimineel gedrag geven, maar bijna nooit zonder externe factoren zoals opvoeding en omgeving.

http://www.youblisher.com/p/803933-Onderzoek-naar-t-brein-van-de-crimineel/

donderdag 6 juni 2013

Hoogleraren verbijsterd over examen Nederlands

Volkskrant, 3 juni 2013
Hoogleraren Nederlands van alle universiteiten vinden het eindexamen Nederlands beneden de maat en inhoudsloos. Het examen draagt op geen enkele wijze bij aan de kennis van taal of taalvaardigheid. Dat schrijven de hoogleraren maandag in een brief aan de Tweede Kamer.
De examencommissie (van het CvE) heeft de taak om de eindexamens te verzorgen (vaststellingscommissie). Aangezien de commissie bestaat uit docenten die aangesteld worden op grond van jarenlange ervaring en kennis van het verzorgen van toetsing en examinering, zou men mogen verwachten dat de eindexamens deugen en de antwoordmodellen geen zware onvolkomenheden bevatten. Dit blijkt niet het geval.

Jaren geleden heb ik al  klachten ingediend over tegenstrijdige antwoorden, tot zelfs dubbele ontkenningen die in het antwoordmodel terug te vinden waren. Een foutief examenmodel is geen goede maatstaf voor de vaardigheden en theoretische kennis van een leerling. Enkele onvolkomenheden in het werk van de commissie zijn geen ramp. Het kan in een willekeurig jaar wel voorkomen dat er dramatisch veel punten verloren gaan bij een strenge normering, in combinatie met fouten in de opgaven.

Een klacht indienen bij het LAKS heeft een zeer matig effect. De niet onafhankelijke scholierenorganisatie van OCW, kan niet veel bijzonders verrichten, daar de klacht slechts bij de commissie gedeponeerd wordt. Het is vervolgens aan de commissie om te bepalen of klachten worden meegenomen in het vaststellen van de punten die te vergeven zijn.

Nog een citaat uit VK:
Bij het vwo-examen signaleerde Van Oostendorp talloze onduidelijke meerkeuzevragen waarop verschillende antwoorden mogelijk waren. 'Tot overmaat van ramp wordt er expliciet vermeld dat spelling en grammatica niet mogen worden beoordeeld in de open vragen.'

'Stel je voor dat je bij het wiskunde-examen alleen maar hoefde te kiezen tussen A is 9, B is 10, C is 88 en D is 1, zonder uit te leggen hoe je aan je antwoord komt. Dat zou iedereen bizar vinden. Nou, zo gaat dat nu met Nederlands.'
Hier heb ik enkele kanttekeningen. Men mag verwachten dat spelling en grammatica voldoende beheerst worden door de leerlingen- tenzij dyslexie een probleem vormt. Bij open vragen is het inderdaad zo dat spelling en grammatica niet meegewogen worden, maar: de spelling en grammatica worden wel degelijk getoetst bij het laatste onderdeel, namelijk de samenvatting. De samenvatting (= tekstbegrip) weegt zwaar bij de berekening van het cijfer. Aan kennis van grammatica en spelling ontkomt de leerling dus zeker niet!

Het antwoordmodel zegt hierover:
2.3 De aftrek voor incorrecte formuleringen en onjuist taalgebruik in de samenvatting
bedraagt maximaal 4 scorepunten. Onder incorrecte formuleringen en onjuist
taalgebruik moet worden verstaan: fouten tegen de regels voor interpunctie, voor het gebruik van hoofdletters, voor zinsbouw, voor spelling, voor woordgebruik en voor
woordvolgorde.


Fouten die herhaald worden, moeten gerekend worden als afzonderlijke fouten.
Bij de beoordeling van de spelling dient uitgegaan te worden van de schrijfwijze volgens
de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje) van 2005.

Dan de kritiek op de meerkeuzevragen (ook veelvuldig verwerkt in examens van de universiteiten): het is nadelig dat een meerkeuzevraag niet toegelicht kan worden. Argumentatie is belangrijk en een goede onderbouwing maakt het verschil. Een groot deel van de talenexamens bestaat- gelukkig- wel uit open vragen, juist om aan te tonen dat de leerling de kunst van het argumenteren beheerst.

Op zich is de meerkeuzevraag geen slecht middel om tekstbegrip (zowel de open vragen als de meerkeuzevragen horen bij het onderdeel `begrijpend lezen´) te toetsen. Zou het examen uit louter open vragen en het schrijven van de samenvatting bestaan, dan neemt de tijdsdruk sterk toe - snel kunnen schrijven lijkt overigens bij meerdere vakken gezien te worden als dé manier om kennis van de stof aan te tonen

Punt van kritiek is dat veel van de meerkeuzevragen een subjectieve toon, soms zelfs een abstracte ondertoon, bevatten. Denk aan humor: over wat grappig is, verschillen mensen sterk van mening. Nog erger is dat sommige vragen geen bestaand stijlmiddel toetsen, maar ter plekke verzonnen lijken te zijn door de commissie.

Hoe kan de kennis van een bepaald vak op juiste wijze getoetst worden? In de eerste plaats, zoals ik al zei, is het van belang om te verifiëren- kloppen de antwoorden met de tekst? Zitten er geen tegenstrijdigheden in het antwoordmodel zelf? Waar kan de kritische persoon terecht om de kwaliteit aan te kaarten?
Onderstaande citaat schetst hoe het College v.E. een venijnige streek levert als commentaar wordt geuit over de gang van zaken:


Een kritische docente benaderde het verantwoordelijke College voor Examens (CvE), vertelt hoogleraar Van Oostendorp. 'Zij kreeg te horen dat haar twijfel meer zei over haar onvermogen als docent dan over het examen.'

vrijdag 24 mei 2013

De complexiteit van het bestaan- over de essentie en waarde van het leven

Voor wie het begrijpt, is hier mijn zienswijze
Een van de belangrijkste discussies, zo niet de meest typerende discussie voor wezens met vermogen tot reflectie, is de discussie over de zin van het leven. Er bestaan eigenlijk geen woorden om de abstractie te vervormen tot concrete gedachten. Ik koppel het levensgeluk hier los van de essentie van het bestaan. Ik vind het namelijk een hardnekkig misverstand dat de essentie van het leven direct te maken heeft met het eigen welbevinden. Het welbevinden kan worden geschaard onder het toekennen van een waarde aan het bestaan.

Het systeem van de bewoners van onze aarde. Wij bewegen niet willekeurig als poppetjes over de aarde- althans, zo lijkt het. Waarom zouden we anders een complexiteit aan gevoelens en interacties kennen? De essentie van het bestaan is wellicht schokkend eenvoudig. Vanuit evolutionair perspectief hebben wij `slechts´ het doel om ons voort te planten en te overleven. Ware het niet dat de meer intelligente levensvormen begiftigd zijn met het vermogen tot reflectie. In de breinen van de mensen  (en wellicht andere entiteiten) spelen gevoelens, impulsen en gedachten een ingewikkeld spel:  basale gevoelens, realiteitszin, reflecties, tegenstrijdige gevoelens en andere conflicten. Prettige gevoelens, zoals enthousiasme, genoegen, plezier, iets daartussenin -zoals het verlangen- of onprettige gevoelens, zoals schuld en schaamte. Tussen de mensen bestaan al even ingewikkelde en soms abstracte, interpersoonlijke relaties. Wie probeert om de complexiteit te vereenvoudigen, stuit juist op nog meer complexiteit.

Hoe staat het begrip `geluk´ in verhouding tot het geheel? Geluk is geen permanente toestand, maar een (basaal) gevoel. Een mens kan, vanuit het eigen karakter en temperament, enthousiast, opgewekt, gemotiveerd, ofwel bevlogen zijn. Karakter is vrijwel zeker een constante. De omgeving en opgedane ervaringen hebben daarnaast (enige) invloed op de vorming van de persoonlijkheid.  Mijns inziens bepaalt het karakter de mate van slagen of falen in het leven. Ik pas ervoor om over het bestaan van een lot te spreken; ik zie het karakter en de persoonlijkheid als de uitrusting die zorgt voor het functioneren van het wezen.

De cognitieve en sociale niveaus zijn welbekend, maar er zijn tal van andere niveaus van functioneren die minder bekend zijn, dan wel zijn de bekende niveaus op hun beurt weer complex. Circuits (processen in het brein) worden continu betrokken bij het leggen van verbanden (structuren en relaties, de metacognitie, de hogere cognitieve functies). Het grootste raadsel van het leven is nog wel inzicht in het eigen brein. Zelfkennis kan bij een persoon prima in orde zijn, maar het is nog altijd onmogelijk om zich een overzichtelijk beeld van de processen en capaciteiten in en van het brein te verschaffen.

Ik meen dat de mens een volkomen irrationeel wezen is. Iedere (pseudowetenschappelijke) poging om het leven tot rationele beslissingen te reduceren, is bij voorbaat al mislukt. Het leven vormt zich niet slechts uit bewuste keuzen. Dat de mens het leven eigenlijk weinig kan sturen, is echter geen excuus om achterover te leunen.

Sociale en intellectuele context in optima forma
Ik denk dat levensgeluk optimaal wordt ervaren als een persoon erin slaagt om de belangrijkste betrekkingen (zoals persoonlijke relaties en werk) af te stemmen op het niveau van de eigen cognitieve en sociale vermogens. In simpele bewoordingen is het een `zegen´ als mensen erin slagen om het leven in te richten naar de persoonlijke capaciteiten. Het functioneren is ultiem bij voldoende intellectuele en sociale stimulatie. Het moeten leveren van ondermaatse of bovenmaatse prestaties is funest, evenals het trekken van vergelijkingen en de wens om een persoon te veranderen. Aldus, een verkeerde context kan een persoon ongelukkig maken, maar ook dat is te relativeren vanuit de persoonlijkheid en het karakter als uitgangspunt.

De waarde van het leven kan naar eigen inzicht worden ingevuld. Persoonlijk ben ik blij met het bestaan van vrijwel universele kenmerken: de mogelijkheid om van iemand te houden is een belangrijk verschijnsel dat door de meeste mensen wordt gedragen. Het maakt de mens waardevol en kwetsbaar tegelijk. Toch vind ik het een onmisbaar verschijnsel. Het lijkt mij een verschrikkelijk idee om van niets of niemand te kunnen houden of werkelijk voor niets enthousiast gemaakt te kunnen worden. Dan lijkt het bestaan me kil en kleurloos. Rechtvaardigheid en kwaliteit vind ik belangrijke waarden om me voor in te zetten. Ik weet wat ik wil en ik heb een diversiteit aan interesses. Echter, maakt dat voor mij de essentie van het bestaan duidelijk? Het antwoord is: neen.

Verwikkelingen, alledaagse beslommeringen en negatieve gevoelens maken het soms moeilijk om levensgeluk te ervaren. Het is bijna onmogelijk om altijd de belangrijkste waarden uit het leven in het zicht te houden. Het dagelijks leven wordt nu eenmaal gekleurd door menselijke emoties, die onmogelijk alleen positief kunnen zijn.

Het verlangen
Een bijzonder gevoel is het verlangen. Een doel, zij het iets of iemand, wordt begeerd. Dit doel vergt inzet. Soms komt iemand tot bijzondere prestaties, door zich een doel in het vooruitzicht te stellen. In dit opzicht is het verlangen een nuttig verschijnsel. Het kan prettig zijn om verlangens te hebben en behoeften hoeven ook zeker niet (direct) bevredigd te worden. Wanneer een persoon er niet in slaagt om verlangens te beantwoorden of doelen te realiseren, dan kan dit wel leiden tot frustratie. Afhankelijk van de mate waarin iets of iemand begeerd wordt.

Ik zie vragen over de zin van het leven niet als verveling of een gebrek aan waardering voor het leven; eerder als een logische poging om tot inzichten te komen.